Frontstad (1940-1950)
Voor de meeste Nijmegenaren verliep de oorlog relatief rustig tot op 22 februari 1944 geallieerde bommenwerpers een groot deel van de binnenstad verwoestten. Bijna achthonderd mensen vonden hierbij de dood, een aantal vergelijkbaar met de hoeveelheid dodelijke slachtoffers bij het bombardement van Rotterdam in 1940. Vele duizenden raakten gewond.
In september van dat jaar werd Nijmegen bevrijd, maar de stad zou nog een half jaar in de frontlinie liggen. Ook hierbij vielen honderden doden en was er veel materiële schade. De relatieve rust in de eerste jaren van de oorlog gold niet voor de joodse Nijmegenaren. Aan het begin van de oorlog telde Nijmegen ruim 650 joodse inwoners. De meesten werden in de periode 1942-1943 gedeporteerd. Van hen overleefden slechts enkelen de vernietigingskampen.
Wederopbouw
De wederopbouw, die traag op gang kwam, begon met de bouw van noodwoningen en noodwinkels. Vervolgens werd de verwoeste bovenstad planmatig aangepakt: straten werden verbreed en rechtgetrokken, een nieuw plein werd aangelegd: Plein 1944. In 1956 was de eerste fase van de wederopbouw voltooid. De toren van de Stevenskerk en het stadhuis waren in hun oude glorie hersteld. De oudste stad van Nederland kreeg een van de modernste winkelcentra van het land. In het bijzonder de nieuwe winkelpanden in de Burchtstraat zijn sprekende voorbeelden van wederopbouwarchitectuur, evenals de Molenstraatkerk, het stationsgebouw en de stadsschouwburg, inmiddels gemeentelijk monument.
Bevrijders voor de lens