Moderne stad (1950-nu)
In de jaren vijftig en zestig kende Nijmegen een sterke expansiedrift. Rondom de vooroorlogse stad verrezen nieuwe wijken, die de enorme woningnood moesten opvangen. Vooral aan de zuid- en westrand schoten nieuwbouwwijken als paddestoelen uit de grond, zoals de Hatertse Hei, Grootstal, Hatert en Neerbosch-Oost.
De vraag naar woningen bleef. Na Dukenburg en Lindenholt volgde de Waalsprong, een uitbreiding van de stad ten noorden van de Waal, die nog volop in ontwikkeling is. In de jaren negentig ging de binnenstad op de schop. De nieuwe Marikenstraat en het vernieuwde Mariënburgplein werden in 2000 geopend.
Het gemeentebestuur van Nijmegen voerde na de oorlog een actief industrialisatiebeleid. Nieuwe haven- en industrieterreinen werden aangelegd en bedrijven werden overgehaald zich in Nijmegen te vestigen. Maar al maakte de Nijmeegse industrie in de eerste jaren na de oorlog een bloeiperiode door, toch werd Nijmegen ook toen geen industriestad. Het was vooral de uitbreiding van de universiteit, te beginnen met de medische faculteit en de bouw van het academisch ziekenhuis in de jaren vijftig, die voor de Nijmeegse werkgelegenheid van cruciaal belang bleek.
Linkse stad
De aanwezigheid van de universiteit speelde later een rol bij de ontwikkeling naar een linkse stad (‘Havana aan de Waal’). Als universiteitsstad had Nijmegen vanaf de jaren zeventig een sterke studentenbeweging. Nog sterker dan elders in het land deden hier nieuwe sociale bewegingen hun intrede. De vrouwenbeweging en krakersgroepen waren bijvoorbeeld zeer actief. Studenten leverden een belangrijke bijdrage aan het veelzijdige culturele klimaat. Naast de gevestigde instellingen, zoals De Vereeniging en de schouwburg, kwamen er vele alternatieve theaters en concertzalen.
Nijmegen kent jaarlijks ook een paar sportieve hoogtepunten. De Vierdaagse groeide uit tot het grootste wandelevenement ter wereld. De georganiseerde bijbehorende Zomerfeesten werden het grootste openluchtfeest van Nederland. De sinds 1983 bestaande Zevenheuvelenloop trekt duizenden hardlopers onder wie wereldtoppers naar Nijmegen.
Als moderne Nederlandse stad kreeg ook Nijmegen in de tweede helft van de twintigste eeuw een multiculturele bevolkingssamenstelling. De grootste groep nieuwkomers kwam na de onafhankelijkheid van Indonesië. In Nijmegen woonden toen al veel Indiëgangers (‘Bandoeng aan de Waal’) en in de Prins Hendrikkazerne was de Koloniale Reserve gelegerd. In de jaren zestig en zeventig kwamen er gastarbeiders uit Spanje, Griekenland en Italië, gevolgd door de immigratie van Surinamers en Antillianen. De tweede groep arbeidsmigranten kwam vooral uit Turkije en Marokko.
Dubbelstad
Met het verleggen van de grenzen naar de overzijde van de Waal kreeg Nijmegen er een groot gebied bij; de Waalsprong of, anders gezegd, het stadsdeel Nijmegen-Noord. Dit gebeurde in etappes. Op 1 januari 1996 nam Nijmegen 417 hectare grond van de gemeente Valburg over. Precies een jaar later kwamen er 234 hectare van Bemmel bij en in 1998 werden daar nog eens 716 hectare grond van de gemeente Elst aan toegevoegd. Het dorp Lent en terreinen buiten de kom van Oosterhout en Ressen horen sindsdien bij Nijmegen. Daarmee heeft de stad niet alleen toekomst geschapen, maar krijgt ze er ook een heel stuk geschiedenis bij
