Ga naar inhoud

  1. English
  2. Deutsch
  1. Home
  2. Contact
  3. Uw reactie
  4. RSS
  5. Help
  6. Proclaimer
  7. Sitemap
  8. Cookies
  9. Toegankelijkheid
  10. MijnNijmegen
  •  
  • Inwoners
  • Ondernemen
  • Bezoekers
  • Gemeente
  • Actueel
  • Digitale Balie
Lees voor
  • Nijmegen.nl >
  • Bezoekers

    Vestingstad (1500-1780)

    Stadsaanzicht van Nijmegen uit het noorden. Ingekleurde kopergravure uit Civitates orbis terrarum (Keulen, 1575). Waanders uitgevers, Zwolle 2006. In 1543 maakte het Traktaat van Venlo een einde aan de zelfstandigheid van het hertogdom Gelre. Het door de Habsburgse keizer Karel V, de hertog en de Gelderse steden ondertekende stuk verenigde het hertogdom met de overige Nederlandse gewesten.

    Al deze gewesten vielen voortaan onder het Spaans-Habsburgs bestuur. Voor Nijmegen betekende dit dat haar leidende rol in de Gelderse politiek voorgoed was uitgespeeld. De centralistische politiek van de nieuwe heersers tastte de eeuwenoude zelfstandigheid van de stad aan. Zij probeerde zich wel aan het centrale gezag in Brussel, de hoofdstad van de Nederlanden in de Habsburgse tijd, te onttrekken door zich keer op keer op haar oude status van rijksstad te beroepen.

    Reductie in 1591
    Met het uitbreken van de Nederlandse Opstand tegen het Spaans gezag in 1568 braken ook voor Nijmegen roerige tijden aan. De stad was in de eerste fase van de Tachtigjarige Oorlog beurtelings in handen van Spaansgezinden en opstandelingen. In 1591 werd zij door prins Maurits voorgoed in het kamp van de opstandelingen ‘teruggebracht’. Deze zogenoemde Reductie van Nijmegen betekende een fundamentele wijziging in de politieke en godsdienstige verhoudingen in de stad. De calvinisten zouden de komende eeuwen de toon aangeven. Alle andere geloofsgemeenschappen kregen beperkingen opgelegd. Zij mochten hun godsdienst niet openlijk uitoefenen en de meeste beroepen en openbare functies bleven lange tijd voor hen gesloten.

    De economische positie van de stad veranderde ingrijpend. Nijmegen werd een garnizoensstad aan de oostgrens van de in 1588 uitgeroepen Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Haar traditioneel sterke positie in vooral de doorvoerhandel naar de oosterburen verdween. De contacten met de oosterburen kwamen als gevolg van langdurige oorlogshandelingen stil te liggen en werden niet meer hersteld. De stad restte slechts een lokale en regionale handelsfunctie.

    Stad in de Republiek
    Hoewel er voor Nijmegen ten tijde van de Republiek betere en slechtere tijden waren, zou de stad haar oude positie nooit meer terugkrijgen. 1635 was een uitgesproken zwart jaar. Er brak toen een pestepidemie uit die volgens de overlevering aan zesduizend Nijmegenaren het leven kostte, de helft van de totale stadsbevolking. De begaafde arts IJsbrand van Diemerbroeck verwerkte zijn Nijmeegse ervaringen als ‘pestdokter’ in een belangrijke publicatie. Deze droeg zeker bij aan het terugdringen van de ziekte in Europa.

    Halverwege de zeventiende eeuw kwam er een korte periode van economische opleving. Nijmegen bleef een aantrekkelijke vestigingsplaats voor uitgevers, boekhandelaren en drukkers. Succesvol was ook de glasblazerij die zich in 1658 in de kapel van het Sint Jacobsgasthuis vestigde. De stad beschikte, zij het voor korte tijd, zelfs over een eigen universiteit (de Kwartierlijke Academie) gevestigd in de Commanderie van Sint Jan aan de Korenmarkt.

    Vrede van Nijmegen
    Even was Nijmegen het centrum van Europa toen hier in de jaren 1678 en 1679 Europese vredesonderhandelingen plaatsvonden. Deze onderhandelingen leidden tot de Vrede van Nijmegen, een reeks van verdragen tussen verschillende Europese staten. Deze moest een einde maken aan de voortdurende spanningen in Europa. Nijmegen stroomde in die jaren vol met buitenlandse gezanten die in de stad een onderkomen vonden. Vooral de Nijmeegse middenstand profiteerde van hun aanwezigheid. Stille getuigen van de onderhandelingen waren de prachtige Antwerpse gobelins (wandtapijten) waarvan een deel nog altijd het stadhuis siert. Deze tapijten met mythologische voorstellingen waren speciaal voor de aankleding van het vredescongres aangeschaft. Vijftien jaar eerder had de stad al twaalf wandtapijten met diermotieven in Delft gekocht.

    Vestingwerken
    Halverwege de zestiende eeuw was de tweede stadsmuur voltooid met brede aarden wallen, stenen poorten, bastions en grote ronde torens, zoals de Kronenburgertoren. De oppervlakte van de stad zou tot de afbraak van de muren in 1874 gelijk blijven. De omvang van de vestingwerken moest wel voortdurend aangepast worden aan de nieuwe aanvalstechnieken. Zo had Maurits na de inname van Nijmegen in 1591 de modernisering van de vestingwerken bevolen. In korte tijd waren de stadsmuren versterkt met elf bastions en in het noorden was Fort Knodsenburg verder uitgebreid. In 1672 bleken de verdedigingswerken in slechte staat en niet bestand tegen de aanval van de Fransen van Lodewijk XIV. Toen een volgende Franse aanval dreigde, maakte de bekende vestingbouwkundige Menno van Coehoorn een nieuw plan, bestaande uit de aanleg van buitenwerken of lunetten. Na de trage aanleg hiervan in de eerste helft van de achttiende eeuw verwaarloosden stad en land de vestingwerken weer. In 1794 kon het Franse revolutieleger dan ook betrekkelijk eenvoudig Nijmegen innemen.

  • Home
  • Contact
  • Uw reactie
  • RSS
  • Help
  • Proclaimer
  • Sitemap
  • Cookies
  • Toegankelijkheid
  • MijnNijmegen