Integrale afweging / verantwoording
Met integrale afweging wordt bedoeld dat keuzes (kunnen) worden gemaakt vanuit het zicht op het geheel. De mogelijkheden die voorliggen kunnen dan met elkaar worden vergeleken en onderling worden gewogen. Voor de gemeenteraad is de begroting het instrument voor het maken van een integrale afweging. Met het vaststellen van de begroting bepaalt hij immers voor álle taken en activiteiten de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt en de financiële middelen die hij daarvoor naar verwachting kan aanwenden (Gemeentewet, artikel 189, lid 1). Op deze manier kan de raad zijn kaderstellende rol goed invullen.
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is voorgeschreven dat lasten en baten van de begroting worden ingedeeld naar programma’s. Volgens BBV is een programma een samenhangend geheel van activiteiten. Per programma dient expliciet te worden ingegaan op de maatschappelijke effecten en de wijze waarop er naar gestreefd zal worden die effecten te realiseren. Dit dient te worden gedaan aan de hand van de volgende drie vragen (zogenaamde 3 w-vragen): Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat gaat dat kosten? Door dit voor alle activiteiten van de gemeente te doen, ontstaat er zicht op het geheel en kan de raad een integrale afweging maken (zijn kaderstellende rol invullen).
Hoe vaker gedurende het jaar separate besluiten (definitief of voorlopig) worden genomen over nieuw beleid of toevoegingen aan bestaand beleid, hoe meer afbreuk wordt gedaan aan het beginsel van integrale afweging. Aan de andere kant zal er continu een bepaalde druk aanwezig zijn om dit soort besluiten te (laten) nemen. Het is aan de Raad om hier de juiste keuzes te maken en de nodige discipline te handhaven.
Met de jaarstukken legt het college integraal verantwoording af aan de gemeenteraad. Dit betekent dat in de jaarstukken wordt verantwoord in hoeverre de voornemens uit de begroting zijn gerealiseerd. Deze integrale verantwoording is van groot belang voor zowel de controlerende als de kaderstellende rol van de raad. De jaarstukken en de daarbij behorende verslagen van de accountant en de Rekenkamer geven een totaalbeeld van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door het college in het desbetreffende jaar gevoerd bestuur. Met de wijziging van de Gemeentewet van 2002 heeft de wetgever willen onderstrepen dat de jaarstukken zowel een verantwoordingsinstrument zijn als een instrument op basis waarvan kan worden gestuurd. Daarom is het van belang dat ze op een zodanig moment gereed zijn dat de uitkomsten van de beraadslaging erover meegenomen kunnen worden bij de voorbereiding van de begroting.
De jaarstukken zijn bedoeld als integraal verantwoordingsinstrument; alle verantwoordingsinformatie dient hierin opgenomen te zijn. In het geval er afzonderlijke verantwoordingsdocumenten zijn, dient in de jaarstukken een toegesneden samenvatting te zijn opgenomen. Voor nadere informatie kan worden verwezen naar een ander document. Naar aanleiding van het Rekenkameronderzoek bij de jaarstukken 2005 heeft de gemeenteraad hierover besloten (11 oktober 2006) dat vanaf de jaarstukken 2006 ‘in het jaarverslag per programma, indien aan de orde, een korte samenvatting op te nemen van hoofdconclusies uit jaar- of monitorverslagen en te verwijzen naar dit soort verslagen’.
