Grondbeleid (paragraaf)
Eén van de verplichte paragrafen voor de begroting en het jaarverslag is de paragraaf grondbeleid. Deze verplichting volgt uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het idee achter de paragraaf grondbeleid is om de raad transparantie in het grondbeleid te bieden.
In (de toelichting op) BBV worden de volgende onderdelen voor de paragraaf grondbeleid genoemd. In de begroting respectievelijk het jaarverslag moet voor de raad de volgende informatie beschikbaar zijn:
| Paragraaf Grondbeleid: |
| Visie op grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting |
| Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert |
| Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie |
| Een onderbouwing van de geraamde winstneming |
| De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken |
In de begroting worden per onderdeel de beleidsvoornemens duidelijk gemaakt; in het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de mate van realisatie hiervan.
Wanneer de gemeenteraad dat met het oog op zijn informatiebehoefte noodzakelijk vindt, is hij vrij te besluiten specifieke eisen toe te voegen. In verordening 212 zijn de volgende specifieke eisen voor de paragraaf grondbeleid opgenomen (artikel 7d):
1. In de begroting en de jaarstukken wordt een paragraaf grondbeleid opgenomen
2. verder biedt het college eveneens bij de begroting en de jaarstukken een Voortgangsrapportage Grote Projecten (VGP) aan. Deze nota behandelt in
ieder geval de voortgang van de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen planexploitaties en maakt onderdeel uit van de begrotings- en rekeningstukken
3. het college biedt de raad een nota grondbeleid aan waarin opgenomen de strategische visie op grondbeleid.
De kwaliteit van de paragraaf grondbeleid is door de Rekenkamer een aantal keren beoordeeld:
- Onderzoek programmabegroting (april 2004) (gezamenlijk onderzoek met rekenkamers van Apeldoorn en Arnhem);
- Nazorg onderzoek programmabegroting (november 2004);
- Onderzoek jaarstukken 2004 (september 2005);
- Onderzoek jaarstukken 2005 (september 2006).
