Investering (met economisch / maatschappelijk nut)
Een investering is een uitgaaf voor een goed of object met een gebruiksduur langer dan een jaar.
Een voorbeeld van een investering is de aankoop van een gebouw. De levensduur van dat gebouw is bijvoorbeeld 30 jaar. De werkwijze is dan dat elk jaar één dertigste gedeelte van de aanschafwaarde (de afschrijving) als waardedaling, inclusief de rente (over het nog niet afgeschreven gedeelte) ten laste van de begroting komt. Daarmee worden de lasten van de aanschaf verspreid over de periode waarin het gebouw wordt gebruikt. Doordat de lasten evenwichtig worden gespreid kunnen ook de baten (en dus de belastingen en overige ontvangsten) evenwichtig worden gespreid. Nut (van voorzieningen) en offer (in de vorm van collectieve lasten) lopen op die wijze gelijk op. In jargon heet dit dat iedere generatie zijn eigen lasten draagt.
Administratief technisch worden investeringen bij aanschaf geactiveerd op de balans (ze vormen een bezit). De hieruit voortvloeiende jaarlijkse afschrijvingen en rentekosten, de kapitaallasten, drukken op de exploitatierekening.
Investering met economisch nut / met maatschappelijk nut
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen met economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut.
Investeringen met een economisch nut zijn alle investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven (bijvoorbeeld door de kosten ervan in tarieven te verwerken (denk bijvoorbeeld aan het rioolrecht)) en/of die verhandelbaar zijn. Het gaat hierbij nadrukkelijk om de mogelijkheid middelen te verwerven. Dat een gemeente ervoor kan kiezen ergens geen of geen kostendekkend tarief voor te heffen is niet relevant voor de vraag of een actief een economisch nut heeft. Alle investeringen die niet aangemerkt worden als investeringen met economisch nut zijn investeringen met maatschappelijk nut.
Alle investeringen met economisch nut moeten worden geactiveerd. Op deze investeringen moet op een consistente wijze worden afgeschreven, namelijk conform de waardevermindering van de investeringen. Versneld afschrijven is bij dit soort investeringen niet toegestaan. Een uitzondering is gemaakt voor kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde. Deze worden niet geactiveerd.
Bij investeringen met maatschappelijk nut verdient het volgens de BBV de voorkeur deze niet te activeren. Als het gaat om investeringen in de openbare ruimte, is activering echter wél toegestaan. Deze bijna ondoorgrondelijke regeling is getroffen om bij investeringen in bijvoorbeeld wegen de mogelijkheid te creëren om te activeren en tegelijkertijd reserves in te zetten om de afschrijvingslasten te verminderen. Anders dan bij investeringen met economisch nut is hier dus wel de mogelijkheid van versneld afschrijven geopend. Hiervoor is gekozen omdat sommigen gemeenten anders niet in staat zouden zijn bepaalde investeringen te doen.
In het nazorgonderzoek rioolbeleid heeft de Rekenkamer uitgebreid stil gestaan bij de werkwijze rond investeringen in de riolering. Uit het onderzoek bleek dat de regels uit de richtlijn afschrijvingen (onderdeel van verordening 212) niet worden nageleefd. Zo werden bijvoorbeeld, afhankelijk van het moment waarop een investering in het riool had plaatsgevonden verschillende systematieken voor afschrijven gehanteerd. In haar Handreiking financiële stromen riolering heeft de Rekenkamer in het voorjaar van 2009 aan de hand van een aantal veel gestelde vragen een nadere toelichting gegeven op de toepassing van de geldende regels. Inmiddels wordt binnen de mogelijkheden die BBV biedt één systematiek gehanteerd.
