Jaarrekening
De jaarrekening maakt deel uit van de jaarstukken. Hiermee legt het college integraal verantwoording af aan de gemeenteraad over de uitvoering van de begroting.
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is voorgeschreven dat de jaarrekening bestaat uit:
- Programmarekening en de toelichting daarop
In de programmarekening worden per programma de cijfers van de dynamische begroting en die van de jaarrekening gepresenteerd. Eventuele verschillen worden (voor de lasten en baten afzonderlijk) geanalyseerd. Volgens de wettelijke regelingen mogen de door de raad geautoriseerde bedragen uit de begroting niet overschreden worden (zie ook bij autorisatie). De gemeenteraad van Nijmegen heeft het college geautoriseerd op het niveau van de programma’s. Op programmaniveau dienen de verschillen tussen de jaarrekening en de dynamische begroting dus in beginsel klein te zijn. Wijzigingen in beleid en/of wijzigingen in benodigde middelen zijn immers al met een begrotingswijziging verwerkt en vastgelegd in de dynamische begroting. Alleen die over– of onderschrijdingen, die laat in het jaar aan de orde zijn gekomen en waarover de gemeenteraad geen besluit meer kan nemen, omdat er geen raadsvergadering meer plaatsvindt in het begrotingsjaar (begrotingswijzigingen na afloop van het jaar zijn ingevolge artikel 192 van de Gemeentewet niet toegestaan), zouden volgens de wet nog een verschil tussen de jaarrekening en de dynamische begroting mogen opleveren. - Balans en de toelichting daarop.
De jaarrekening wordt gecontroleerd door de accountant. Die controle heeft als primair doel het afgeven van een verklaring. De accountant richt zich bij zijn controle op de getrouwheid en de rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties, zoals die tot uitdrukking komen in de jaarrekening.
In het kader van het onderzoek dat de Rekenkamer tot en met 2007 naar de jaarstukken deed, beoordeelde de Rekenkamer ook altijd de aard en omvang van de afwijkingen tussen de jaarrekening en de dynamische begroting en de kwaliteit van de verschillenanalyse. De Rekenkamer weegt sinds 2008 jaarlijks af of zij een onderdeel van de jaarstukken onderzoekt. Bij haar keuze houdt zij rekening met het thema-onderzoek dat de accountant van de raad opgedragen krijgt en de insteek die de auditcommissie kiest voor haar onderzoek naar de jaarstukken.