Jaarverslag
Het jaarverslag maakt deel uit van de jaarstukken. Hiermee legt het college integraal verantwoording af aan de gemeenteraad over de uitvoering van de begroting.
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is voorgeschreven dat het jaarverslag bestaat uit:
• De beleidsinhoudelijke verantwoording over de programma’s.
Het gaat hierbij om het beantwoorden van de drie w-vragen:
1. Wat is bereikt:
Op deze plaats wordt uitgelegd in hoeverre de beoogde doelen uit de begroting (onder de vraag ‘wat willen we bereiken’) feitelijk zijn gerealiseerd; de realisatie van doelen wordt dus afgezet tegen voornemens uit de begroting;
2. Wat hebben we daarvoor gedaan:
Hier wordt uitgelegd in hoeverre beoogde activiteiten feitelijk hebben plaatsgevonden; de realisatie van activiteiten wordt dus afgezet tegen de voornemens uit de begroting;
3. Wat heeft het gekost:
Het antwoord op deze derde w-vraag wordt hier in hoofdlijnen gegeven. Een meer gedetailleerde analyse is opgenomen in de jaarrekening.
• De beleidsinhoudelijke verantwoording over de verplichte paragrafen.
De (minimale) inhoud van de paragrafen is voorgeschreven in BBV. In het jaarverslag wordt per paragraaf verantwoording afgelegd over de uitvoering en daarmee bereikte resultaten van de beleidsvoornemens uit de begroting.
In dit lexicon hebben wij een nadere toelichting op de paragrafen in zijn algemeenheid opgenomen, maar ook op alle verplicht voorgeschreven paragrafen. Het gaat daarbij om de paragrafen (in alfabetische volgorde):
In het kader van het jaarlijks onderzoek naar de jaarstukken (tot en met de jaarstukken 2006) beoordeelde de Rekenkamer ook altijd de kwaliteit van de verantwoordingsinformatie in het jaarverslag.
De Rekenkamer weegt sinds 2008 jaarlijks af of zij één of enkele onderdelen van de jaarstukken onderzoekt. Bij haar keuze houdt zij rekening met het thema-onderzoek dat de accountant van de raad opgedragen krijgt en de insteek die de auditcommissie kiest voor haar onderzoek naar de jaarstukken. Bij het onderzoek naar de jaarstukken 2007 heeft de Rekenkamer zich geconcentreerd op de toepassing van de spelregels voor budgetoverhevelingen en reserves en op de kwaliteit van de overkoepelende analyses.
