Lasten
Voor gemeenten is voorgeschreven dat zij werken met het stelsel van baten en lasten. Dit houdt in dat alle inkomsten en uitgaven moeten worden toegerekend aan het begrotingsjaar waarop zij betrekking hebben en niet aan het jaar waarin de betalingen worden gedaan. Dit stelsel wordt gehanteerd om te bewerkstelligen dat het nut van voorzieningen en het offer als gevolg van de betaling van de belasting in de tijd gelijk op lopen. Bovendien levert het stelsel van baten en lasten beter inzicht op in productiekosten dan andere stelsels. Een investering is in een baten en lasten stelsel geen last, maar een balansmutatie. Het verbruik van de investering ten behoeve van de productie is een last. Administratief technisch betekent dit dat de afschrijving (de waardevermindering) ten laste van de begroting komt en de investering geactiveerd wordt op de balans.
In de begroting worden voor elk programma onder ‘wat gaat dat kosten’ de lasten, de baten en het saldo van die lasten en baten opgenomen. In de jaarrekening wordt hierover verantwoording afgelegd. Op de begroting dienen per programma onder de lasten de financiële middelen opgenomen te worden die de raad beschikbaar stelt voor de uitvoering van het betreffende programma.
