Ga naar inhoud

  1. English
  2. Deutsch
  1. Home
  2. Contact
  3. Uw reactie
  4. RSS
  5. Help
  6. Proclaimer
  7. Sitemap
  8. login MIJNNIJMEGEN
  •  
  • Inwoners
  • Ondernemen
  • Bezoekers
  • Gemeente
  • Actueel
  • Digitale Balie
Lees voor
  • Nijmegen.nl >
  • Gemeente >
  • Gemeenteraad >
  • Uw raad >
  • Rekenkamer >
  • Lexicon (woordenlijst)

Paragraaf

In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is voorgeschreven dat in de begroting en het jaarverslag een aantal paragrafen moet worden opgenomen. Dit betreft:
1. Lokale heffingen
2. Weerstandsvermogen
3. Onderhoud kapitaalgoederen
4. Financiering
5. Bedrijfsvoering
6. Verbonden partijen
7. Grondbeleid

Deze paragrafen geven een dwarsdoorsnede van de financiële aspecten van de begroting, bezien vanuit een bepaald perspectief. Het gaat met name om de beleidslijnen voor beheersmatige aspecten die grote financiële gevolgen kunnen hebben en/of van belang zijn voor het realiseren van de programma’s. Deze informatie komt in de begroting veelal versnipperd voor en is daardoor minder inzichtelijk voor de gemeenteraad. Het is de bedoeling van de paragrafen dat de raad de juiste en integrale informatie krijgt om zijn kaderstellende en controlerende rol ook op de beheersmatige aspecten waar te maken. De kwaliteit daarvan is immers van groot belang voor een continue, effectieve en efficiënte dienstverlening door de gemeente.

Ingevolge het BBV is ook de inhoud van de verplichte paragrafen aan eisen gebonden. In de begroting worden per verplicht onderdeel de beleidsvoornemens duidelijk gemaakt; in het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over de mate van realisatie daarvan. Wanneer de gemeenteraad dat met het oog op zijn informatiebehoefte noodzakelijk vindt, is hij vrij te besluiten aan de verplichte paragrafen specifieke eisen toe te voegen of extra paragrafen voor te schrijven.

Hierna zijn de verplichte paragrafen afzonderlijk nader omschreven. Samenvattend is aangegeven wat de functie van de paragraaf is. Tevens zijn de verplichte onderdelen volgens de (toelichting op) BBV benoemd. Indien van toepassing is ook aangegeven welke elementen verordening 212 voorschrijft. In verordening 212 is sprake van één algemeen voorschrift voor alle paragrafen (artikel 7): Het college biedt ter vaststelling aan de raad beleidskaders aan waarin de inhoud van de paragrafen uiteen wordt gezet. Eens in de vier jaar evalueert het college de beleidskaders en legt zonodig een bijgestelde versie ter vaststelling voor aan de raad.

1. LOKALE HEFFINGEN

Deze paragraaf biedt een overzicht van lokale heffingen die deel uit maken van het overzicht algemene dekkingsmiddelen, bijvoorbeeld de onroerende zaakbelasting (OZB). Daarnaast gaat de paragraaf in op lokale heffingen die tot een programma behoren zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. De paragraaf geeft een beeld van het beleid op alle heffingen, de inkomsten daaruit en de effecten voor burgers en bedrijven (lastendruk en eventuele toepassing van kwijtschelding).

De verplichte onderdelen volgens de (toelichting op) BBV van deze paragraaf zijn:

Paragraaf Lokale heffingen:

De geraamde inkomsten

Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen

Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen

Een aanduiding van de lokale lastendruk

Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid



Buiten de hiervoor opgenomen algemene bepaling voor de paragrafen, zijn in verordening 212 geen specifieke eisen geformuleerd voor de paragraaf lokale heffingen.

2. WEERSTANDSVERMOGEN

In de paragraaf weerstandsvermogen geeft de gemeente aan hoe robuust de begroting is wanneer zich een financiële tegenvaller voordoet. Het weerstandsvermogen blijkt uit de relatie tussen geïnventariseerde risico’s en de weerstandscapaciteit die aanwezig is om tegenvallers daadwerkelijk op te vangen.

De verplichte onderdelen volgens de (toelichting op) BBV van deze paragraaf zijn:

Paragraaf Weerstandsvermogen:

Inventarisatie weerstandscapaciteit

Een inventarisatie van de risico’s

Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s



Naast de hiervoor opgenomen algemene bepaling voor alle paragrafen, zijn in verordening 212 de volgende specifieke eisen voor de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen (artikel 7a):

1. In de paragraaf weerstandsvermogen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten de hoofdlijnen van het in lid 2 genoemde beleidskader op;

2. het college biedt ter vaststelling aan de raad een nota reserves en voorzieningen aan. De nota behandelt:

  • de vorming en besteding van reserves;
  • de instelling voorzieningen;
  • de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de voorzieningen.
  • maatregelen rondom risicomanagement
  • elementen en omvang weerstandscapaciteit
  • systematiek berekening gewenst weerstandsvermogen
3. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN*

Deze paragraaf geeft een dwarsdoorsnede van het beleid en het beheer en onderhoud van de verschillende kapitaalgoederen (wegen, riolering, gebouwen, en dergelijke).

De verplichte onderdelen volgens de (toelichting op) BBV van deze paragraaf zijn:



Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen:
Wegen
- Beleidskader
- De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
- De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Riolering
- Beleidskader
- De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
- De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Water
- Beleidskader
- De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
- De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Groen
- Beleidskader
- De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
- De vertaling van de financiële consequenties in de begroting
Gebouwen
- Beleidskader
- De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties
- De vertaling van de financiële consequenties in de begroting


Naast de hiervoor opgenomen algemene bepaling voor alle paragrafen, zijn in verordening 212 de volgende specifieke eisen voor de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen opgenomen (artikel 7b):

1. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten de hoofdlijnen van het in lid 2 genoemde beleidskader op;

2. het college biedt ter vaststelling aan de raad een beleidsnotitie over het beleidskader onderhoud kapitaalgoederen aan.

4. FINANCIERING

Deze paragraaf, die al verplicht was op grond van de wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) (2001), geeft weer hoe de financieringsfunctie (het stelsel van leningen, beleggingen en garanties) van de gemeente is ingericht.

De verplichte onderdelen volgens de (toelichting op) BBV van deze paragraaf zijn:

Paragraaf Financiering:

Beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille - algemeen

Risico vlottende schuld

Risico vaste schuld

Kredietrisico

- Leningen (opgenomen gelden)

- Beleggingen (uitgezette gelden)

- Gemeentegaranties

Financieringspositie (inzicht)

Regelgeving en organisatie



Onder risico’s wordt onder meer verstaan renterisico’s, koersrisico’s en debiteurenrisico’s. De uiteenzetting in de paragraaf financiering moet aansluiten op de eisen die in de wet Fido worden gesteld. Er moet uit blijken dat de uitvoering van de financieringsfunctie uitsluitend de publieke taak dient en dat voldaan is aan de normen die de wet stelt met betrekking tot renterisico’s en limieten.

Buiten de hiervoor opgenomen algemene bepaling voor de paragrafen, zijn in verordening 212 geen specifieke eisen geformuleerd voor de paragraaf financiering.

5. BEDRIJFSVOERING

Deze paragraaf beschrijft de stand van zaken en beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Het college maakt met deze beschrijving inzichtelijk dat er doelmatig, doeltreffend en klantgericht wordt gewerkt aan de uitvoering van de programma’s.

De verplichte onderdelen volgens de (toelichting op) BBV van deze paragraaf zijn:

Paragraaf Bedrijfsvoering


Begroting

Jaarverslag


Stand van zaken

Voornemen

Verantw. over …

Personeel




Informatisering





Automatisering







Communicatie







Organisatie







Financieel beheer:







- Administratieve organisatie







- Interne controle







Facilitaire dienstverlening







Interne processen







Externe processen







Relatie met uitvoering programma’s uit programmaplan









Buiten de hiervoor opgenomen algemene bepaling voor de paragrafen, zijn in verordening 212 geen specifieke eisen geformuleerd voor de paragraaf bedrijfsvoering.


6. VERBONDEN PARTIJEN

Een verbonden partij is een externe partij waarmee de gemeente een bestuurlijke én een financiële relatie heeft. In de paragraaf verbonden partijen beschrijft het college op welke wijze (beleidsmatig en financieel) de gemeente verbonden is met externe partijen om bepaalde beleidsdoelen te verwezenlijken. De paragraaf maakt de bestuurlijke en financiële belangen zichtbaar. Van belang is dat de paragraaf de relatie aangeeft tussen de verbonden partijen en het publieke belang dat in hoofdlijnen in de begrotingsprogramma’s is vermeld.

De verplichte onderdelen volgens de (toelichting op) BBV van deze paragraaf zijn:

Paragraaf Verbonden partijen:

Visie in relatie tot doelstellingen begroting

Beleidsvoornemens (per verbonden partij)

Publiek belang (per verbonden partij)

Financieel belang (per verbonden partij)

Bestuurlijk belang (per verbonden partij)

Relatie verbonden partij / publiek belang als geconcretiseerd in de programma’s (per verbonden partij)



Naast de hiervoor opgenomen algemene bepaling voor alle paragrafen, zijn in verordening 212 de volgende specifieke eisen voor de paragraaf verbonden partijen opgenomen (artikel 7c):

1. In de paragraaf verbonden partijen bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten de hoofdlijnen van het in lid 3 genoemde beleidskader op;

2. Van elke verbonden partij wordt in ieder geval het volgende opgenomen:

  • de naam en vestigingsplaats;
  • het financieel belang van de gemeente;
  • de zeggenschap van de gemeente;
  • het publiek belang dat wordt gediend met de deelname;
  • risico’s die samenhangen met de verbonden partij
  • beleidsontwikkelingen
3. het college biedt aan de raad ter vaststelling een beleidskader verbonden partijen aan.

7. GRONDBELEID

Deze paragraaf geeft de visie aan op het grondbeleid in relatie tot de uitvoering van de programmadoelen, bijvoorbeeld op het gebied van volkshuisvesting en economische ontwikkeling. De paragraaf brengt ook de financiële belangen die daarbij spelen in kaart.

De verplichte onderdelen volgens de (toelichting op) BBV van deze paragraaf zijn:

Paragraaf Grondbeleid:

Visie op grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting

Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert

Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie

Een onderbouwing van de geraamde winstneming

De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken



Naast de hiervoor opgenomen algemene bepaling voor alle paragrafen, zijn in verordening 212 de volgende specifieke eisen voor de paragraaf grondbeleid opgenomen (artikel 7d):

1. In de begroting en de jaarstukken wordt een paragraaf grondbeleid opgenomen

2. verder biedt het college eveneens bij de begroting en de jaarstukken een Voortgangsrapportage Grote Projecten (VGP) aan. Deze nota behandelt in

ieder geval de voortgang van de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen planexploitaties en maakt onderdeel uit van de begrotings- en rekeningstukken

3. het college biedt de raad een nota grondbeleid aan waarin opgenomen de strategische visie op grondbeleid.

De Rekenkamer heeft in een aantal onderzoeken (onder meer) de kwaliteit van (een aantal van) de verplichte paragrafen beoordeeld:
  • kwaliteit programmabegrotingen 2004 (gezamenlijk onderzoek gemeentelijke rekenkamers Apeldoorn, Arnhem en Nijmegen, april 2004);
  • nazorg kwaliteit programmabegroting (november 2004);
  • onderzoek jaarstukken 2004 (september 2005);
  • onderzoek jaarstukken 2005 (september 2006);
  • onderzoek begroting 2007 (oktober 2006).

Print deze pagina
  • Home
  • Contact
  • Uw reactie
  • RSS
  • Help
  • Proclaimer
  • Sitemap
  • login MIJNNIJMEGEN