Passiva
De passiva betreffen het vermogen van de gemeente. Het gaat hierbij om het eigen vermogen én het vreemd vermogen. Het vermogen weerspiegelt de geldelijke waarde van de productiemiddelen. Het geeft aan hoe de productiemiddelen (andere termen daarvoor zijn activa of kapitaalgoederen) zijn gefinancierd.
Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) moeten alle passiva op de balans in de jaarrekening inzichtelijk gemaakt worden. Bij de passiva moet onderscheid worden gemaakt naar twee hoofdcategorieën:
1. Vaste passiva, waaronder:
• eigen vermogen van de gemeente;
• voorzieningen;
• vaste schulden met een looptijd van meer dan 1 jaar;
2. Vlottende passiva, waaronder:
• vlottende schulden met een looptijd van minder dan 1 jaar;
• overlopende passiva (bijvoorbeeld nog te betalen posten in verband met reeds verantwoorde lasten in het afgelopen jaar).
Volgens BBV moeten deze categorieën op de balans verplicht op een bepaalde manier nader worden gespecificeerd. De voorgeschreven opzet van de balans voor de passiva is hierna opgenomen. Voor een volledige toelichting verwijzen wij u naar de toelichting op BBV. In de volgende tabel hebben wij daartoe als hulpmiddel steeds een verwijzing naar het artikelnummer uit BBV opgenomen.
Op 11 oktober 2006 heeft de gemeenteraad, naar aanleiding van het Rekenkamerrapport onderzoek jaarstukken 2005, onder meer besloten dat vanaf de jaarstukken 2006 de verplicht voorgeschreven balans uit BBV (letterlijk) in de jaarrekening opgenomen wordt en dat waar dat aan de orde is, expliciet aan wordt gegeven dat een specifiek onderdeel niet van toepassing is.
| PASSIVA, voorgeschreven indeling van de balans | artikel BBV |
| VASTE PASSIVA | 41 |
| Eigen vermogen | 42/43 |
| • algemene reserve | 43.a.1 |
| • bestemmingsreserves voor egalisatie | 43.a.2 |
| • overige bestemmingsreserves | 43.a.c |
| • resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening | 42.2 |
| Voorzieningen | 44/45 |
| Vaste schulden > 1 jaar | 46 |
| • obligatieleningen | 46.a |
| • onderhandse leningen van binnenl. pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen | 46.b.1 |
| • onderhandse leningen van binnenl. banken en overige financiële instellingen | 46.b.2 |
| • onderhandse leningen van binnenlandse bedrijven | 46.b.3 |
| • onderhandse leningen van overige binnenlandse sectoren | 46.b.4 |
| • onderhandse leningen van buitenl. instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren | 46.b.5 |
| • door derden belegde gelden | 46.c |
| • waarborgsommen | 46.d |
| VLOTTENDE PASSIVA | 47 |
| Vlottende schulden < 1 jaar | 48 |
| • kasgeldleningen | 48.a |
| • bank- en girosald | 48.b |
| • overige schulden | 48.c |
| OVERLOPENDE PASSIVA | 49 |
