Preventief toezicht
Gedeputeerde Staten van de provincies zijn op grond van de Gemeentewet financieel toezichthouder van de gemeenten.
Gemeenten zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor een gezond financieel beleid. De toezichthouder toetst periodiek de financiële positie van de gemeente. Hiertoe dient de gemeente zijn begroting en jaarstukken jaarlijks voor respectievelijk 15 november en 15 juli in bij de provincie.
Wanneer Gedeputeerde Staten besluiten tot het instellen van preventief toezicht, dan behoeven de begroting en begrotingswijzigingen van de gemeente de goedkeuring van de toezichthouder. Zolang die goedkeuring er niet is, mag het gemeentebestuur, met uitzondering van gevallen van dringende spoed, geen uitgaven doen.
Preventief toezicht wordt ingesteld wanneer er sprake is van een tekort op de begroting voor het jaar x en waarbij de meerjarenraming het niet aannemelijk maakt dat dit evenwicht binnen de periode waarvoor de raming geldt (jaar x + 3) tot stand wordt gebracht.
Preventief toezicht kan worden ingesteld wanneer sprake is van:
- een rekeningtekort;
- overschrijding van de wettelijke inzendtermijnen (15 november (begroting) en 15 juli (jaarstukken)).
