Stelpost
In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) komt het begrip stelpost niet voor. In de praktijk wordt een stelpost (een bedrag dat een benadering beoogt te zijn van wat nodig is) in de begroting opgenomen, wanneer er nog geen goede inschatting gemaakt kan worden van de omvang van de te verwachten lasten of baten voor het betreffende (onderdeel van) het programma. In onze ogen kan het college niet over deze bedragen beschikken zonder een expliciet raadsbesluit (begrotingswijziging). Wij baseren dit uitgangspunt op artikel 189, lid 1 van de Gemeentewet: voor alle taken en activiteiten brengt de raad jaarlijks op de begroting de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen die hij naar verwachting kan aanwenden. Wij hebben dit punt voorgelegd aan de commissie BBV en haar gevraagd hoe zij hier tegen aan kijkt. Wij ontvingen het volgende antwoord van de commissie BBV: 'Bij de begroting gaat het om ramingen. Bij stelposten is een nog globalere raming opgenomen, veelal omdat de invulling nog niet duidelijk is. Het is aan de raad om te beslissen of ze de lasten en baten per programma vaststelt inclusief of exclusief stelposten. Voor zover stelposten niet zijn meegenomen in geautoriseerde bedragen per programma is dus een begrotingswijziging nodig als het qua bedrag niet binnen de geautoriseerde bedragen valt dan wel als het inhoudelijk om politiekgevoelige zaken gaat'.
De gemeenteraad kan in verordening 212 regels stellen voor het gebruik van stelposten. De gemeenteraad van Nijmegen heeft dat tot op heden niet gedaan. Met het oog op transparantie zijn wij geen voorstander van het gebruik van stelposten, zeker niet omdat het verplicht is een bedrag voor onvoorzien op te nemen.
In de begrotingen van Nijmegen zijn binnen diverse programma’s stelposten opgenomen.
