Accres
Het grootste deel van hun inkomsten ontvangen gemeenten uit het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds is gekoppeld aan de rijksuitgaven. Als het rijk meer uitgeeft, gaat het Gemeentefonds ook omhoog (en omgekeerd). Deze algemene groei wordt het ‘accres’ genoemd. De eindafrekening van het accres vindt plaats op basis van de rekeningcijfers van het rijk. Om problemen met onderuitputting op de rijksbegroting te voorkomen, is sinds 1997 de zogenaamde behoedzaamheidsreserve voor het Gemeentefonds ingesteld. Het bedrag in deze reserve wordt op voorhand ingehouden en wordt pas met de gemeenten verrekend nadat de jaarrekening van het rijk is vastgesteld.
Behalve met het ‘accres’ groeit het Gemeentefonds ook door veranderingen in taken of anderszins. Zowel over de exacte werkwijze rond het bepalen van het accres, als over veranderingen in taken en dergelijke wordt onderhandeld tussen de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) en het rijk.
Gemeenten worden op de hoogte gesteld van de ontwikkelingen in het gemeentefonds via de maart-, mei- en septembercirculaire. In de maartcirculaire wordt aangekondigd hoe één en ander er voor het komend begrotingsjaar uit zal zien en worden tevens de defintieve cijfers over het voorgaande jaar bekend gemaakt. De meicirculaire bevat de cijfers die zo concreet zijn dat de gemeenten deze kunnen gebruiken voor het opstellen van hun begroting. De wekelijkse bevoorschotting aan de gemeente vindt ook plaats op basis van de mei-circulaire. In de septembercirculaire volgt informatie over eventuele bijstellingen ten opzichte van de mei-circulaire; deze vinden hun basis in de Miljoenennota voor het jaar x + 1. De september-circulaire is alleen informatief en heeft geen gevolgen voor de bevoorschotting in het komende jaar. Het rijk streeft er altijd naar dat de septembercirculaire geen ingrijpende wijzigingen bevat. De begrotingen van de gemeenten voor volgend jaar zijn immers bijna afgerond.
De gehanteerde systematiek wordt eens in de vier jaar geëvalueerd. De eerstvolgende evaluatie vindt plaats in 2010. Uitgangspunt is om de normeringssystematiek in de volgende kabinetsperiode voort te zetten. Uiteindelijk zal het nieuwe kabinet − in overleg met de VNG en de andere koepels − hierover beslissen. Vanwege de onzekere economische omstandigheden, de verkiezingen voor de Tweede Kamer en de komst van een nieuw kabinet, zijn er nog geen afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de accressen voor 2012 en verder. Er zijn wel twee voorlopige scenario's opgesteld. Beide scenario's houden in dat het gemeentefonds geen reële groei doormaakt: deze is op 0,0 en op min 0,5% gesteld. Gemeenten hebben in juli 2009 het advies gekregen (van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de VNG) zeer behoedzaam te zijn bij het opstellen van de meerjarenbegroting en hierin een paragraaf op te nemen over risico's en eventuele maatregelen voor als deze werkelijkheid worden.
