B&V-cyclus
Met het vaststellen van de Nota Herinrichting BBI-cyclus op 28 februari 2007 heeft de raad ermee ingestemd de term BBI-cyclus te vervangen door de term B&V-cyclus.
B&V staat voor begroten en verantwoorden. De term BBI had zijn oorsprong in een verbeterproject dat in 1987 door het Ministerie van Binnenlandse Zaken werd gestart (beleids- en beheersinstrumentariumproject) en waarmee gemeenten werden gestimuleerd de financiële informatievoorziening zo in te richten, dat deze meer dienstbaar zou zijn aan de gemeentelijke besturing en bedrijfsvoering. In het BBI-project stonden de volgende doelen centraal:
- versterking van de positie van de gemeenteraad;
- betere beheersing van de gemeentelijke organisatie;
- meer klantgerichtheid.
Onderdelen van de B&V-cyclus zijn de B&V-producten. De doorlooptijd van één cyclus loopt over drie jaar. In onderstaande tabel is dit weergegeven. Om het verloop van één cyclus in een oogopslag inzichtelijk te maken, hebben we die voor 2010 in VET/HOOFDLETTERS weergegeven.
| 2009 | 2010 | 2011 |
|
Jaarstukken 2008 |
Jaarstukken 2009 | JAARSTUKKEN 2010 |
|
Voorjaarsnota 2009 | VOORJAARSNOTA 2010 |
Voorjaarsnota 2011 |
| PERSPECTIEFNOTA 2010 |
Perspectiefnota 2011 |
Perspectiefnota 2012 |
| BEGROTING 2010 |
Begroting 2011 |
Begroting 20012 |
|
Najaarsnota 2009 | NAJAARSNOTA 2010 |
Najaarsnota 2011 |
We geven hier een beknopte beschrijving van de onderscheiden B&V-producten. Bij de betreffende term in dit lexicon hebben we dat meer uitgebreid gedaan.
- Perspectiefnota: vooruitblik op begroting van volgend jaar;
- Begroting: integraal kader waarin alle te verwachten inkomsten en uitgaven (baten en lasten) voor een bepaald kalenderjaar zijn gekoppeld aan te realiseren doelen en daarvoor uit te voeren activiteiten;
- Voorjaarsnota: tussenmelding van het college aan de raad over de uitvoering van de begroting van het lopende jaar;
- Najaarsnota: tussenmelding van het college aan de raad over de uitvoering van de begroting van het lopende jaar;
- Jaarstukken: jaarrekening en jaarverslag waarmee het college integraal verantwoording aflegt aan de raad over de uitvoering van de begroting.
