Vechtjas Schenck op een stokje
Gevecht om de Sint-Anthonispoort
Nog dagenlang stond het zielloze hoofd van Maarten Schenck van Nydeck (1549-1589) op een paal bij de Sint-Anthonispoort. Daar waar u nu op een terras met een biertje in de hand over de Waal uitkijkt, hingen de stukken van zijn gevierendeelde lichaam aan galgen. Slechts een gedenksteen op de poort herinnert aan zijn dappere poging Nijmegen te bevrijden van de Spaanse bezetters.
Het is de avond van 10 augustus 1589. Met zeventig schuiten en ponten vaart Schenck naar Nijmegen. De tocht duurt lang. Het is al licht als de eerste manschappen ten oosten van de Lage Markt landen. Met twee zware balken beuken ze de Sint-Anthonispoort in. Na enige gevechten met het garnizoen dat de stad verdedigt rest Schenck slechts de aftocht. Zijn overbelaste boot zinkt. Het zware harnas maakt hem het zwemmen onmogelijk, Schenck verdrinkt. Zijn tegenstanders dreggen zijn lichaam op. Zij hakken het lichaam in stukken en stellen de lichaamsdelen ter afschrikking op verschillende plaatsen in de stad tentoon.
Na het verdrijven van de Spanjaarden in 1591 worden Schencks stoffelijke resten op last van prins Maurits herbegraven in de Sint-Stevenskerk.
