1874: Afbraak stadswallen

De vestingstad Nijmegen had in de tweede helft van de 19e eeuw ongeveer 23.000 inwoners en er waren ongeveer 2.400 panden op 1 vierkante kilometer! Dat hield in dat het er overvol was. Het is dus geen wonder, dat de inwoners van het 19de-eeuwse Nijmegen zich binnen deze omwalling steeds meer bekneld voelden en graag de walmuren wilden slopen om de stad uit te breiden.
De vestingmuren belemmerden Nijmegen ook om economisch te groeien. Buiten de stadsmuren mocht niet gebouwd worden, omdat men vanaf de torens en muren vrij moest kunnen schieten. Dit betekende dat er voor de opkomende industrie letterlijk geen ruimte in de stad was. De bevolking bleef groeien en de stad verpauperde. Pas in 1874 gaf het parlement zijn toestemming en werden de vestingen opgeheven. Nijmegen werd eindelijk bevrijd van haar keurslijf en kon uitbreiden. Rond 1880 begon men met de afbraak van de stadswallen en de stad groeide.
Aan de sloop van de vestingwerken werd zo enthousiast gewerkt dat helaas ook veel waardevolle gebouwen, muren en poorten verloren zijn gegaan. Voor de echte industrialisatie was het toen al te laat. Dit had tot gevolg dat Nijmegen zich in de volgende decennia vooral ontwikkelde tot een prachtige woonstad. De brede singels en statige huizen van de St.-Annastraat, de Van Schaeck Mathonsingel en de Oranjesingel stralen nog steeds de schoonheid en grandeur uit van de 19e eeuw.
De economische achterstand uit de 19e eeuw kon niet makkelijk worden weggewerkt. De groei van de bevolking bleef sterker dan de groei van de werkgelegenheid. De grote crisis uit de jaren dertig bereikte Nijmegen daarom sneller dan andere steden. Om de werkloosheid te bestrijden liet het stadsbestuur het Maas-Waalkanaal (1927 ook geopend door Koningin Wilhelmina) graven en het stadspark de Goffert (1935) aanleggen.
Wat is er te zien:
- Foto van de afbraak van de stadswallen
- Twee bouwvakkers die tegen de muren van het Valkhof op ladders aan het werk zijn
