Prof.dr. R.W.N.M. van Hout
Naam: de heer prof. dr. R.W.N.M. van Hout
Geboren: Mill en St Hubert op 2 augustus 1952
Functie: hoogleraar taalwetenschap en variatielinguistiek
Onderscheiding: Officier in de Orde van Oranje-Nassau
Geachte heer Van Hout,
“Wie mens zegt, zegt taal en wie taal zegt, zegt samenleving.”
Het zijn de woorden van de Franse antropoloog en etnoloog Claude Levi-Strauss. Meneer Van Hout, het zou ook een uitspraak van u kunnen zijn.
Al meer dan veertig jaar speelt u een centrale en belangrijke rol in het wetenschappelijk onderzoek naar taalvariatie in Nederland en Vlaanderen.
Daarbij richt u zich niet sec op de vertaling van woorden. Want ook al zeggen wij glazenwassers en duiden onze zuiderburen deze beroepsgroep met ruutenkuusers aan, voor u is taal altijd ingebet in een maatschappelijke context.
Taal is meer dan een communicatiemiddel. In een taal weerspiegelt zich de geschiedenis van een volk, een streek, een groep.
Het was Karel van Berlaymont die de landvoogdes Margeretha van Parma gerust wilde stellen met de woorden: “Ce ne sont pas des gueux”.
Dat heeft ons het woord geuzennaam opgeleverd.
Taal is geen statisch gegeven, is juist altijd in ontwikkeling en hoort bij ons culturele erfgoed.
Meneer Van Hout, u heeft taal altijd in maatschappelijke context bestudeerd. Daarbij wilde u een stem geven aan mensen die niet of niet alleen Algemeen Beschaafd Nederlands spreken.
Uw focus lag en ligt op de taal en spraak van minderheidstalen zoals het Fries, de dialecten en streektalen van Brabant, Gelderland, Limburg, Zeeland, Nijmegen, de ‘immigrantentalen’ en de Nederlandse gebarentaal.
In uw vele wetenschappelijke boeken en artikelen, en in de grote dialectwoordenboekeserie die u tot stand heeft gebracht, heeft u dit culturele erfgoed voor het nageslacht bewaard.
Naast het gesproken woord heeft u zich intensief beziggehouden met de doventaal.
U was projectleider van het Corpus Nederlandse Gebarentaal.
In 2009 heeft u dit Corpus succesvol afgesloten en daarmee de door u opgetekende gebaren van deze taal voor onderwijs en onderzoek beschikbaar gemaakt.
U bent lid van talloze commissies, een lidmaatschap waarbij u uw bevlogenheid voor taal als cultureel erfgoed uitdraagt.
Vandaag zijn we in Nijmegen. Samen met Jan Roelofs en Leo van Stijn heeft u het woordenboek van het Nijmeegs dialect samengesteld.
Een aanrader voor iedereen en zeker voor net beginnende studenten. Het eerste wat zij van het Nimweegs oppikken is: “Kie(k) däör, wà räör”.
Nimweegs is zoveel meer dan dat want
‘Nimwegen sprikt ’n taol
Fan esse en fan sette’
Meneer Van Hout, voor u geldt: “In elke taal zingt de gedachte van een volk en de ziel van een mens.” U heeft dat in uw werk vastgelegd.
Ik ben daarom vereerd dat het Hare Majesteit de Koningin heeft behaagd u te benoemen tot Officier in de Orde van Oranje Nassau!
