Ga naar inhoud

  1. English
  2. Deutsch
  1. Home
  2. Contact
  3. Uw reactie
  4. RSS
  5. Help
  6. Proclaimer
  7. Sitemap
  8. login MIJNNIJMEGEN
  •  
  • Inwoners
  • Ondernemen
  • Bezoekers
  • Gemeente
  • Actueel
  • Digitale Balie
Lees voor
  • Nijmegen.nl >
  • Gemeente >
  • Burgemeester & wethouders >
  • Burgemeester

Opiniestukken

Hieronder vindt u de opiniestukken van burgemeester Thom de Graaf, verschenen in 2008, 2009 en 2010. Reageren? Mail naar burgemeester@nijmegen.nl.

Print deze pagina

2/12/2011 (NRC Handelsblad) Burgemeester is geen hulpsheriff van OM

Het kabinet-Rutte neemt het drugsbeleid op de schop. Afgelopen jaar kondigde minister Opstelten maatregelen aan, die de vrijheid van gemeenten om naar eigen inzicht met coffeeshops om te gaan, drastisch beperken. Deze maatregelen helpen weinig en voeden de twijfel of het kabinet nog wel vertrouwen heeft in het lokaal bestuur.

Wat zijn de maatregelen van Opstelten? Kort samengevat komen ze hierop neer: de coffeeshops worden besloten clubs, waar alleen ingezetenen met een ‘wietpas’ toegang krijgen. De minister stelt een maximum aan het aantal leden. En de coffeeshops mogen niet zijn gevestigd binnen een straal van 350 meter van middelbare en regionale opleidingscentra.

Dit beleid wordt geconcretiseerd door de ‘gedoogcriteria’ die het Openbaar Ministerie op grond van de Aanwijzing Opiumwet hanteert, aan te vullen. Houden coffeeshops zich verder aan de ‘gedoogcriteria’ (geen alcohol, geen harddrugs, geen overlast, geen verkoop aan jeugdigen en beperking van handelsvoorraad en hoeveelheid per koper), dan vindt geen vervolging op grond van de Opiumwet plaats. Cannabis blijft immers nog steeds bij wet verboden. (Overigens brengt het kabinet cannabis met een hoog THC-gehalte onder lijst I van de Opiumwet, waardoor zware wiet nu een harddrug wordt waarop het gedoogbeleid niet van toepassing is.)

Het is een oude discussie of aanscherping van het drugsbeleid de overlast en het cannabisgebruik vermindert. Het omgekeerde lijkt eerder waar: de nadelen van een strenger beleid zijn groter dan de voordelen. In de grenssteden zal de verkoop aan drugstoeristen niet stoppen maar gaat ondergronds, wat niet in het belang is van de bevolking maar van dealers die graag ook coke, speed en andere harddrugs aanbieden. En een ‘wietpas’ is makkelijk te vervalsen en moeilijk te controleren.

Een maximum door de minister vast te stellen aantal coffeeshopleden is een typische Haags bedenksel dat geen rekening houdt met de grote verschillen in omvang en functie van coffeeshops in den lande. Een grote ‘afhaalshop’ aan de rand van de stad kan uit oogpunt van openbare orde aanmerkelijk beter uitpakken dan een veelvoud aan kleine etablissementen in het centrum. Een afstandscriterium ten opzichte van scholen miskent niet alleen dat de shops toch al niet mogen verkopen aan jeugdigen, maar ook dat een jongere die wil experimenteren zich niet door een paar honderd meter lopen of fietsen laat afschrikken.

Het nieuwe drugsbeleid is kortom vooral nieuwe stoerheid. Stevig optreden tegen drugscriminaliteit is nodig, maar deze maatregelen vormen geen zinvolle bijdrage. Alleen de aanpak van de doorgeschoten veredeling van cannabis met grote risico’s voor de volksgezondheid snijdt enig hout. In de praktijk is dit verbod helaas onuitvoerbaar. Het Trimbosinstituut dat jaarlijks het THC-gehalte van cannabis monitort, laat tests uitvoeren door de laboratoria van DSM. Het is niet waarschijnlijk dat coffeeshophouders aan de achterdeur zo’n laboratorium hebben staan en ook niet dat de Voedsel- en Warenautoriteit en de politie in staat zijn de coffeeshops hierop adequaat te controleren.

Wat vooral verbaast is dat het kabinet de gemeenten beschouwt als willoze werktuigen van zijn beleid. Minister Opstelten gaat er in weerwil van de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie vanuit dat het aan de burgemeester is om de gedoogcriteria te handhaven, omdat de burgemeester op grond van de Opiumwet de bevoegdheid heeft om coffeeshops en drugspanden te sluiten. Maar de minister maakt zo van burgemeesters rijksambtenaren. Dat kan niet de bedoeling zijn.

Art. 13B van de Opiumwet betreft, gelet op de tekst, de wetsgeschiedenis en de positie van burgemeesters in het gedecentraliseerde staatsbestel, geen verplichting maar een discretionaire bevoegdheid die de burgemeester zelfstandig hanteert. Hij zal zich laten adviseren en afstemming zoeken met politie en officier van justitie, maar de burgemeester beslist zelf of hij van de bevoegdheid gebruik maakt en op grond van welke beleidsafwegingen. Niemand kan de burgemeester daartoe verplichten, zelfs minister Opstelten niet. Wil minister Opstelten dat wel, dan moet hij niet alleen de Opiumwet wijzigen, maar ook de functie van de burgemeester.

Het lijkt er op dat deze minister die weg op wil gaan. Zo heeft hij bij de recente behandeling van zijn begroting in de Tweede Kamer laten weten dat indien nodig de hoofdofficier van justitie bij de burgemeester verhaal komt halen als deze te weinig zou handhaven. De burgemeester als een hulpsheriff onder toezicht van het Openbaar Ministerie – het moet niet veel gekker worden.

De burgemeesters doen er goed aan de minister duidelijk te maken dat zij zelfstandig over hun wettelijke bevoegdheden beschikken en dat niet de minister maar hun verantwoordelijkheid voor de lokale orde en veiligheid daarbij leidend is. De minister kan naar hartelust aanwijzingen geven aan het openbaar ministerie over de vervolging, maar niet aan burgemeesters over de bestuurlijke handhaving. Dat is niet alleen rechtsstatelijk onwenselijk, maar draagt ook niet bij aan een verstandig drugsbeleid dat gebaat is bij zorgvuldige lokale afwegingen. De voormalige burgemeester van Rotterdam zou dat toch moeten weten.

Print deze pagina
  • Home
  • Contact
  • Uw reactie
  • RSS
  • Help
  • Proclaimer
  • Sitemap
  • login MIJNNIJMEGEN